Sayur lodeh

Mijn man kreeg van zijn moeder een oud, charmant kookboekje. "Onze rijsttafel" van Mevrouw E.W.K. Steinmetz.

 

onze rijsttafel aantekeningen pa

Zijn vader maakte in dit boekje ook notities tijdens het koken. Het boekje is opgedeeld in 40 hoofdstukken die allemaal een menu van 4 of 5 gerechten beschrijven.

Aardig is dat bij de recepten soms geen hoeveelheden gegeven worden. Dus koken zoals een kokkie in Indonesie dat zou doen.

.

Mijn oog viel op de sajor lodèh, (in het huidige Indonesisch: sayur lodeh).

Sayur lodeh is een heel gangbaar gerecht in de Indische keuken, maar ook in Indonesië en Maleisië. Er zijn dus ook heel veel verschillende recepten te vinden. De basis bestaat altijd uit gemengde groenten, santen en een eenvoudige bumbu van ui, knoflook, laos, trassie en lombok. Ook wordt er vaak garnalen, tempe of  tahu aan toegevoegd.

De versie van mevrouw Steinmetz is afwijkend omdat er vlees is zit. Zij vermeldt niet wat voor vlees, maar omdat ze aangeeft dat er bouillon van getrokken moet worden, neem ik aan dat runderpoulet goed bruikbaar is. Als groenten geeft zij aan dat er bijvoorbeeld kool, aubergine, bamboespruiten, kouseband, peté en groene lombok in kunnen.

 

Sajor lodeh ingredienten

 

Ik heb het recept een klein beetje aangepast door in de bumbu ook kemirinootjes te verwerken.

 

Ingrediënten Bahan       
250 gram runderpoulet 250 gr. daging sapi
400 gram onrijpe nangka (in blik) 400 gr. nangka muda
2 aubergines 2 buah terong
300 gram Bamboespruiten 300 gr. rebung
1 wortel 1 buah wortel
250 gram kouseband 250 gr. kajang panjang
200 gram tempe (in wat olie gebakken) 200 gr. tempeh goreng
1/2 liter santen   1/2 l. santan
Kruidenmengsel Bumbu
10 sjalotjes 10 buah bawang merah
2 teentjes knoflook 2 siung bawang putih            
4 rode lombok (mag ook meer)                  4 buah cabai merah
een stukje trassi trassi
3 schijfjes laos  3 iris lengkuas 
tamarinde asam jawa
gula jawa gula jawa
2 salam blaadjes 2 lembar daun salam

 

Begin met van de poulet en wat zout een bouillon te trekken. Maak een bumbu van 10 sjalotjes, 2 teentjes knoflook, trassi, 8 kemirinootjes, tamarinde en een paar rode lomboks. Fruit dit aan in een beetje olie. Voeg een paar schijfjes laos, een paar salamblaadjes, wat gula jawa en zout toe.

Doe de bumbu bij het vlees. Nu kan ook de nangka erbij, deze groente kookt niet snel kapot en mag gerust een uurtje meesudderen. De rest van de groenten mogen niet sufgekookt worden en gaan er pas op het laatst bij.

Als het vlees zacht is kunnen de santen, de tempe en de groenten erbij. Kook dit nog een minuutje of 10. Eventueel kun je een paar minuutjes voor het einde van de kooktijd er nog wat rauwe gepelde garnalen bij doen.

Sajor lodeh

 

Selamat makan !